Bureau Lacroix

  • following
  • following

Ceci n’est pas du droit d’auteur

Negatieve perceptie

De term “auteursrecht” is de laatste jaren alles behalve sexy. De ronduit negatieve perceptie van dit begrip wordt steeds meer uitgesproken en blokkeert de gezonde uitbouw van een digitaal zakelijk model ondersteund door een stevig wetgevend kader.

De fratsen van SABAM en het gebrek aan transparantie bij de meeste beheersvennootschappen hebben dit proces nog versneld. Op onze eigen Reprocopy en Copiepresse (geschreven pers) na bestaan de meeste beheersvennootschappen uit een amalgaan van rechthebbenden wiens diverse eisen leiden tot ingewikkelde vergoedingscalculaties en de noodzaak tot het aanhouden van stevige reserves voor het geval er nieuwe rechthebbenden komen aankloppen of om niet te moeten terugvorderen in geval van toekomstige betwistingen.

In de Angelsaksische wereld hebben ze ten minste nog de troost dat het woord “auteur” niet in de term voorkomt. “Copyright” als term suggereert ten minste niet dat alle geld naar de auteur zou moeten gaan. Bij het woord ‘auteursrecht’ lijkt het alsof marketing en verkoop, uitgeven, personeelsbeheer, management, drukken en het aanbieden van digitale innovaties aan de consument, distributie, nutvoorzieningen, bandbreedte, opleiding en alle andere activiteiten die een mediabedrijf dagelijks voert er gewoon niet toe doen. Natuurlijk gaat niet alle geld naar de auteur, hij wordt zoals ieder ander betaald voor de waarde die hij toevoegt.

Komt daar nog bij dat de term “recht” in het woord “auteursrecht” meestal geïnterpreteerd wordt in de zin van “heffing”. Een tax of belasting, kortom iets wat je moet betalen of dat in elk geval doorgerekend wordt aan de eindconsument. Vele bedrijven en instellingen maken hier gretig misbruik van door hun factuurbedrag op te drijven door toevoeging van de post “auteursrechten”. Natuurlijk liefst zonder uit te leggen, hoe of voor wie of wat die verschuldigd is.

Tenslotte wordt het auteursrecht als concept graag verketterd door technologiegoeroes, piratenpartijen en singulariteitsfanaten als zijnde een groot gevaar voor het vrije internet, waar alles gratis en anoniem toegankelijk dient te zijn en iedereen mag doen wat hij wil tot meerdere glorie van de technologische suprematie en in afwachting van een utopische “brave new world” met processoren die het goddelijke benaderen.

Het gaat niet om auteursrecht

De digitale kenniseconomie is in se niet anders dan eender welke andere economie. Dat heeft de internetbubbel van 10 jaar geleden wel bewezen. Je wordt vergoed voor de waarde die je toevoegt, de wetten van vraag en aanbod, schaarste en prijselasticiteit gelden onverkort.

Alleen het juridisch arsenaal ziet er wat anders uit. Je kan niet gewoon kopen of verkopen, iets in eigendom hebben of uitlenen aan je buur. In de digitale economie gaat het om de toelating om iets al dan niet te doen. Wij vertalen dat al jaren verkeerdelijk door er de term “auteursrecht” op te kleven, maar het gaat om veel meer dan dat.

Het “auteursrecht” regelt alleen de al dan niet toestemming van een “auteur” om een werk te verspreiden of te kopiëren. Of een consument een persartikel mag uitprinten, of een zoekmachine een website mag indexeren en cachen, of een monitoringdienst links van nieuwssites mag doorverkopen, of een nieuwssite zich mag beperken tot het weergeven van titels en links naar andere sites, of een kabelmaatschappij de reclame bij programma’s in uitgesteld kijken mag laten doorspoelen, of een amateur een foto van AFP van een nieuwssite mag plukken en op zijn Facebook wall posten, dat heeft met veel meer dan alleen auteursrecht te maken.

Wat je wel en niet mag doen in een digitale economie heeft naast auteursrecht en naburige rechten te maken met databankenrecht, wetgeving inzake marktpraktijken, merkenrecht, burgerlijk recht en handelsrecht in het algemeen en vooral heel veel verbintenissenrecht. Of je al dan niet de toestemming hebt om iets te doen zal immers blijken uit allerhande contractuele termen en algemene voorwaarden die aan je handeling voorafgaan. Meestal is het een keten van contracten.

Een journalist kan bijvoorbeeld een contract tekenen dat een uitgever het recht geeft om een tekst te publiceren op een site. De uitgever zet er een eigen titel boven, verandert de lay-out, voegt daar zijn merk aan toe, positioneert het op een specifieke plaats op de site, zet er advertenties langs,  voegt er een aangekochte foto aan toe, voorziet social sharing knoppen, en voorziet tal van beperkingen in zijn algemene voorwaarden. Een zoekmachine pikt de link op, indexeert te tekst, publiceert de titel, voorzien van een automatische samenvatting en de door de uitgever aangekochte foto, en voegt daar nog een aantal “tags” aan toe om het geheel voor de gebruiker beter te duiden. Een gebruiker pikt tenslotte te foto op, download die op zijn PC en publiceert deze op zijn Facebook wall, waarna dit laatste bedrijf nog wat graantjes meepikt van de eyeballs die de advertentie op deze pagina oplevert.

Het auteursrecht van de schrijver van het oorspronkelijke artikel heeft daar nog maar erg weinig mee te maken. Het gaat erom of de persoon of het bedrijf in kwestie op het juiste moment in de keten de juiste toestemming heeft om iets te doen. Het gaat met andere woorden om LICENTIES.

Licenties regelen de digitale economie

Licenties zijn de motor van onze digitale economie. We moeten er dringend mee stoppen om alles te reduceren tot het pejoratieve concept van “auteursrecht”. Het gaat erom of iemand een licentie heeft om iets te doen. Het Latijnse woord “licere” betekent “toegestaan zijn” en is al meer dan twee millennia lang een vertrouwd begrip in onze samenleving. Een bouwvergunning is een licentie, er zijn licenties om sterke drank te schenken in cafés en vislicenties. Word, Excel of Powerpoint zouden nooit bestaan hebben zonder softwarelicenties.

Consumenten genieten van wettelijke licenties zodat ze van overheidswege de toestemming hebben om te fotokopiëren, muziek op DVDs zetten en zo voort. Waar de overheid geen wettelijke licentie voorzien heeft moet er dus een contractuele licentie zijn. Het kan volstaan dat een website in haar algemene voorwaarden bepaalde acties toestaat om gedekt te zijn en dat is meestal het geval voor particulieren. Voor bedrijven geldt de regel dat ze contractuele licenties moeten afsluiten en deze licenties moeten over heel de contractuele keten respecteert worden. Een bedrijf sluit een licentie af met de voorafgaande speler in de waardeketen en ieder speler kan niet meer toestaan dan wat hem zelf is toegestaan. Als mijn licentie mij niet toestaat om iets publiekelijk te publiceren dan kan ik dit als licentiegever ook niet toestaan aan een ander.

Beheersvennootschappen geven dus licenties en innen helemaal geen auteursrechten. Reprocopy zou dus beter een andere naam krijgen. Iets met Vlaams en licenties erin. Alle voorstellen zijn welkom.

De PR campagne die we in 2013 willen voeren, dient zich dus niet te richten op “auteursrecht” of “copyright”. Het gaat erom journalisten en andere mediaprofessionals, politici en beleidsvoeders, bedrijfsleiders en al onze lezers en luisteraars en kijkers een warm te maken voor licenties, de nieuwe digitale wijze van zaken doen.

Al wie een mooier woord heeft voor licenties is van harte welkom. De technologiesector doet het veel beter als het om sympathieke woorden gaat. Na “Piet Piraat” en Veronica is het moeilijk om uit te leggen dat een piraat iets slechts is en het woord “cookie” is nog zo’n voorbeeld. Bij “delete cookies” komt bij ieder van ons het inwendige kind immers in opstand.  Als we de toestemming om gebruik te maken van het resultaat van onze toegevoegde waarde een sexy bijklank of een kinderlijk mooie naam kunnen meegeven zijn we vertrokken. Als dat niet te vinden is, zullen we het houden bij droge objectieve zakelijkheid en vragen we voortaan of u hiervoor een licentie hebt.

Ik kijk uit naar uw suggesties!

Over krekels en brandalarm

We zijn bijna aan het einde van een zalige luilekkere zomervakantie. ’t Was lang geleden en duidelijk hoognodig. 

Aan het begin van de vakantie liep ik inwendig vaak te foeteren op een vervelend soort brandalarm dat met de regelmaat van de klok afging in de buurt van ons terras. Het heeft echt enkele dagen geduurd eer mijn hersenen begrepen dat het Spaanse krekels waren die mijn trommelvlies prikkelden. Echt nood aan vakantie dus. Intussen gaat alles weer prima. Krekels klinken weer als krekels. 

In mijn hoofd ben ik me stilaan weer aan het inleven in de rol van werkmier die zich naarstig wil voorbereiden op de komende herfst. De werkmier zal wel nog soms wegdromen bij de gedachte aan Spaanse krekels. 

Ik ga ze missen, mijn krekels. Misschien moet ik hun geluid opnemen met mijn smartphone, om ze zo stiekem in een doosje mee noordwaarts te voeren. Misschien moet ik ze gebruiken als beltoon. Ach nee, toch liever niet. Zo zouden ze echt een beetje brandalarm worden.

(Source: be.linkedin.com)

Stop de hannekesnesten: over nieuwssites en parasieten

Een “hanneke” is in vele Vlaamse steden en dorpen een bekend dialectwoord voor ekster. Deze vogel is in onze contreien weinig populair omdat hij de neiging heeft om glimmende voorwerpen te stelen en naar zijn nest te brengen. Hij heeft dan ook zijn Latijnse naam – Pica pica – niet gestolen.

Een “hannekesnest” is dus letterlijk het nest van een ekster. Heel wat Vlamingen kennen het eerder als synoniem voor een rommeltje of een ongeregeld zootje. Wie ooit een eksternest van dichtbij gezien heeft, snapt wel waarom.

Het pikken van glinsterende voorwerpen mag dan getolereerd worden in het dierenrijk, mensen accepteren dit niet van elkaar. Iedereen met wat gezond verstand weet dat je de vruchten van andermans werk niet mag pikken, hoe glinsterend ze ook zijn.

Toch bestaan er exploitanten van nieuwssites die zich bezig houden met het overschrijven of afschrijven van nieuwsartikels die ze elders “gevonden” hebben.

Het meest flagrant zijn de gevallen waarin de uitbater van een site hele teksten knipt en plakt, er wat advertenties naast verkoopt en denkt dat hij een goede zaak doet. Dit soort van plagiaat-sites komt weinig voor in Vlaanderen en zij die het doen maken serieuze auteursrechtelijke inbreuken en riskeren zelfs strafrechtelijke vervolging.

Daarnaast hebben we de slimmeriken die wel eens wat over auteursrecht gelezen hebben en weten dat alleen de vorm van een artikel en dus niet de inhoud beschermd is. Ze nemen een glinsterend “gevonden” pareltje van een nieuwsartikel en herschrijven hier en daar wat, gebruiken wat synoniemen en veranderen wat zinsconstructies. Hiermee lopen ze de kantjes van het auteursrecht af: ze weten goed dat het niet simpel is om te bewijzen dat de oorspronkelijke vorm nog herkenbaar is. Dit zijn wat we noemen parasieten.

Parasieten pikken met open ogen de vruchten van de creatieve inspanning van journalisten en de investering van uitgevers. Wat ze pikken heeft wel degelijk economische waarde, als deel van een betalende publicatie of als deel van een site die inkomsten haalt uit advertenties.

Parasieten leveren zelf geen echte creatieve inspanning. Ze halen louter voordeel uit andermans werk en geld. Door dit pikken en herschrijven besparen ze op journalistieke en redactionele kosten, terwijl ze wel lustig advertentiegelden opstrijken.

Sommigen zijn zelfs niet te beroerd om zich te beroepen op het citaatrecht. Je moet echt geen jurist zijn om te snappen dat artikel 21 van de auteurswet het niet heeft over parasieten die met de bedoeling om advertenties te verkopen andermans teksten louter vormtechnisch herschrijven en de bron enkel erbij vermelden omdat de het nieuwsmerk en de notoriteit ervan zouden afstralen op hun vervorming.

Wat deze parasieten vergeten is dat er in België nog zoiets bestaat als handelsrecht en dat zij met hun economische activiteit daar volledig onder vallen. De wet op de handelspraktijken maakt het mogelijk om schadevergoedingen van hen te eisen en hun websites te doen sluiten op basis van een handeling genaamd “parasiterende mededeling” of “slaafse aanhaking”.

Slaafse aanhaking, het woord heeft wel wat. Een exploitant van een site die deze stempel niet op zich wil, doet er goed aan om bij het “herschrijven” van “gevonden” glinsterdingen van onze professionele nieuwsmedia zelf aan research te doen, eigen waarde toe te voegen, zelf duiding te geven en met eigen achtergronden en inzichten een creatieve bijdrage te leveren.

Patrick Lacroix

@PatrickLacroix

http://be.linkedin.com/in/patricklacroix

ENPA ON GOOGLE

ENPA STATEMENT

ON GOOGLE’S DECISION TO TEMPORARILY REMOVE

BELGIAN FRANCOPHONE NEWSPAPERS FROM ITS SEARCH ENGINE

 

 

Brussels, 20 July, 2011 - The European Newspaper Publishers’ Association (ENPA) expresses concerns about Google’s temporary removal of Belgian francophone newspapers from its search engine for several days in the last week. In doing so, Google appears to have misinterpreted the recent ruling of the Belgian Court of Appeal in the Copiepresse vs. Google case.

 

Although ENPA welcomes Google’s latest decision to put the newspapers back on its search engine, there are still concerns that Google uses its position in the market to exert strong influence over the operation of the Internet.

 

In May 2011, the Court of Appeal of Brussels confirmed a 2007 judgment in a case taken by Belgian newspaper publishers against Google News for copyright infringement. The outcome of the appeal in the Copiepresse vs. Google case confirmed that Google had reproduced illegally and without prior authorisation a significant part of copyrighted material from the francophone and German language press in Belgium.

 

ENPA would like to underline that this court decision does not concern the referencing of newspaper articles in Google’s search function. Instead, the ruling centres on the copyright infringement committed by the reproduction of newspaper content in cached copies and in Google News. The recent action by Google to temporarily remove articles from Belgian francophone newspapers from its search engine cannot therefore be justified under the terms of this ruling.

 

ENPA Vice President Valdo Lehari Jr., Chair of ENPA’s Digital Working Group, stated: “The decision of Google to treat the content of Belgian francophone newspaper publishers in this unpredictable way demonstrates the potential danger of one company becoming a virtual gate-keeper of the Internet.”

 

Newspaper publishers had already raised awareness, at both national and European level, of the necessity for Google to both respect copyright and take a neutral approach to the search function. Inquiries into Google’s activities have already been undertaken in Franceand Italy.

 

In November 2010, the European Commission launched a formal antitrust investigation into Google’s function as a search engine based on complaints by competing companies Ciao, Foundem and ejustice.fr. German newspaper and magazine publishers have since joined this ongoing case.

 

 

The European Newspaper Publishers’ Association (ENPA) is a non-profit organisation representing the interests of the newspaper and news media sector on all platforms. Our members represent some 5200 titles from 26 European countries. More than 120 million newspapers are sold each day and read by over 235 million people in Europe.

 

 

For further information contact:
Francine Cunningham, ENPA Executive Director
Email: 
francine.cunningham@enpa.be 
Tel: +32 (0)2 551 01 90

 

De schrijvende pers en de nieuwe beheersovereenkomst

In de afgelopen 10 maanden heb ik als directeur van de Vlaamse Dagbladpers driemaal de pen ter hand genomen om het standpunt te vertolken van de krantenuitgevers inzake de nieuwe beheersovereenkomst van de VRT.

Op 21 oktober 2010 gaven we ons standpunt voor de Sectorraad Media (http://ge.tt/9Deqi56).

Op 8 december 2010 schreven we samen met alle private media een memorandum aan de Vlaamse Regering houdende het standpunt van zowel de geschreven pers als de private omroepen (http://ge.tt/9vyHj56).

Op 26 mei 2011 schreven we samen met de uitgevers van magazines een persbericht als reactie op de resolutie van de meerderheidspartijen inzake de nieuwe beheersovereenkomst  (http://ge.tt/8Dpoj56).

 

Standpunt

Het standpunt van de schrijvende pers, uitgevers van gedrukte en digitale kranten en magazines valt samen te vatten in vier punten:

1.     Net als alle private media vragen we een duidelijk kader waarbij uitdrukkelijk gestipuleerd wordt wat de VRT mag. Elke nieuwe dienst die niet uitdrukkelijk voorzien is in de beheersovereenkomst dient voorafgaandelijk getoetst te worden door de sector en de opdrachtgever, zijnde de Vlaamse overheid.

2.      Net als alle private media vragen we de afschaffing van advertenties en andere vormen van sponsoring op de websites van de VRT en het uitdrukkelijk verbod om deze praktijk uit te breiden naar toekomstige mobiele diensten.

3.     Net als alle private media hekelden we zogenaamde voortrekkersrol die de VRT zou moeten spelen inzake innovatie met als orgelpunt de fameuze VRT Medialab.

4.     Specifiek voor de geschreven pers vragen we de focus op audio en video voor de websites en mobiele diensten van de VRT waarbij de geschreven teksten beperkt blijven tot de omkadering van het bestaande radio- en televisieaanbod en zeker niet uitgebreid worden tot artikels met een regionale inslag.

Resultaat

Een concrete en ondertekende tekst van de nieuwe beheersovereenkomst hebben we nog niet onder ogen gekregen en we dienen dus voorlopig af te gaan op verklaringen van de betrokkenen en de artikels die in onze eigen media verschijnen.

Als aanzet naar een duidelijk kader voor de nieuwe beheersovereenkomst lijkt ons dit alvast een valse start te zijn, maar wat niet is kan nog komen.

Op de Staten-Generaal van de Media kondigde de Minister reeds de vervanging van het VRT Medialab door een nieuw op te richten Media Innovatie Centrum aan. De concrete uitwerking daarvan laat nog op zich wachten, doch indien de beloofde inspraak van de sector er effectief komt, lijkt ons dit een belangrijke stap vooruit.

Uit de verklaringen van de minister op de persconferentie van vrijdag en uit een artikel in De Standaard van de dag nadien, leiden we af dat de VRT voortaan niet meer kan doen alsof alles wat niet uitdrukkelijk is uitgesloten, is toegelaten. Blijkbaar zal de VRT een nieuwe procedure dienen te doorlopen voor de lancering van nieuwe diensten die niet UITDRUKKELIJK zijn voorzien in de beheersovereenkomst. We hopen dat die procedure start bij het IDEE van een nieuwe dienst, en niet nadat alle geld voor de ontwikkeling ervan reeds is uitgeven. We hopen eveneens dat de sector inspraak krijgt in deze procedure alvorens de Vlaamse overheid de eindbeslissing neemt. Indien deze hoop bevestigd wordt zal het risico op nieuwe marktverstoringen serieus verminderen en kan de VRT meer gericht en planmatig innoveren.

Uit een artikel in De Morgen van afgelopen zaterdag blijkt dat de nieuwe beheersovereenkomst de VRT oplegt om te focussen op BEELD in plaats van op tekst. We hopen dit eveneens uitdrukkelijk in de beheersovereenkomst te mogen terugvinden. De uitspraak van Sandra De Preter op de persconferentie van vrijdag omtrent haar ambities om de digitale diensten van de VRT ONDERSCHEIDEND uit te bouwen, geeft eveneens aan dat we de goeie kan uitgaan.  Dit zou de garantie moeten zijn voor minder tekst en meer video en audio uit het rijke nieuwsaanbod van de VRT nieuwsredacties en bij uitbreiding eveneens het verdwijnen van geschreven artikels houdende regionaal nieuws.

Wat de verzuchtingen van de sector omtrent de advertenties op websites betreft, blijkt er ronduit slecht nieuws te zijn. De VRT mag blijkbaar ieder jaar 67,4 miljoen euro aan advertentieomzet afsnoepen van de private media en internet is hier uitdrukkelijk bij voorzien.  Het is en blijft evenwel een marktverstoring om advertenties toe te laten op door de overheid gefinancierde websites. Ik treed Peter Quaghebeur bij in zijn principiële stelling dat reclame op de VRT steeds marktverstorend is. Een privaat bedrijf moet hiervan leven, voor de VRT zijn het slechts kersen op de taart.

Om dezelfde principiële redenen begrijp ik de verbolgenheid van mijn private omroep collega’s over de stijging van de TV-sponsoring met 6,5 miljoen.  Het marktaandeel van TV-reclame in Vlaanderen ligt reeds zeer hoog en is zelfs vergelijkbaar met dat van Nederland. Het aandeel zelf zal bijgevolg niet groter worden, de koek wordt gewoon herverdeeld ten nadele van de private spelers.

Omtrent de opportuniteit van een derde net horen we ons als schrijvende pers niet ten gronde uit te spreken. Alleen maken we graag de kanttekening dat dit zonder sectorbevraging, los van enige vorm van procedure of toetsing gebeurt en dat hieruit toch een zeker gebrek spreekt aan reflectie over de marktverstorende potentie van de Vlaamse Regering. We hopen dat onze politici zich een andere cultuur aanmeten wanneer het tijd is om eventuele nieuwe diensten van de VRT te beoordelen tijdens de looptijd van de nieuwe beheersovereenkomst.

Rest er ons nog op te merken dat er van een klimaat van besparingen in de nieuwe beheersovereenkomst niet veel sprake is. Het nieuws over de 65 miljoen extra voor de VRT bereikt ons tegelijk met het communicatiejaarverslag van de Vlaamse overheid. Daaruit blijkt dat de uitgaven van de Vlaamse overheid in kranten via de zogenaamde Centrale Media Aankoop gedaald is met maar liefst 63 % ten opzichte van 2009. Dit is veel meer dan de algemene daling van 38 % of de daling specifiek voor de gedrukte media van 43 %. Hiervoor schieten woorden tekort. Dit is geen kaasschaaf meer maar een hakbijl.

De Vlaamse overheid is een belangrijke speler in het ecosysteem van onze media en dient met deze macht bewust en omzichtig om te springen om geen systeemverstoring te veroorzaken. De voornaamste zuurstof in dit ecosysteem zijn inkomsten uit advertenties.

We hopen dan ook de de Vlaamse Regering de nodige maatregelen neemt om een klimaat te scheppen dat deze zuurstof stimuleert. Dit kan vooreerst door zelf het goede voorbeeld te geven en volop te investeren in communicatie in de krant die één op twee Vlamingen elke dag leest.

Patrick Lacroix

Algemeen Directeur

Vlaamse Dagbladpers

Patrick.lacroix@vdpma.be

0496/12.12.88

ENPA Statement on Tablet Subscribers - iPad

This afternoon ENPA, the European Newspaper Publishers’ Association published a statement on tablets for subscribers without restrictive conditions. 

Read the full text here: http://bit.ly/gkTo53

20 year SMIT @theegg

via Alain Heureux

http://smit.vub.ac.be/

iPad Newspapers and Common Sense

Every day 50 % of all Flemish people read a printed newspaper. Every day more than 1/3th of our citizens visit our news sites. Flanders is therefore one of the leading newspaper regions in the world.


In addition, our publishers are very active and successful players on the Dutch market and also publish French language newspapers in Belgium.


Our news sites and mobile applications are successful amongst our youth and the educational project “Kranten in de Klas” receives almost 2 million orders within a few days.


Having acquired these assets we are also very much devoted to innovation.  For over a year we have been working on publishing digital newspapers. We put the main emphasis on reader comfort. We intend to combine this with a healthy business model to gradually but vigorously build for the future.


To guarantee reader comfort we have primarily focused on the iPad, the newest gadget from Apple which has already been sold approximately 100,000 times in our region. Bearing in mind that about 3 percent of our readers are said to own one of those tablets, we want to put in an extra effort. Already 4 Flemish newspapers have an app available in the App Store. 


Meanwhile we notice that cooperation is not as constructive as we hoped it would be. We have known for a long time that Apple wants to keep its users safe like birds in a gilded cage. We now notice that they also want to cage their business partners.   

Being newspaper publishers we are used to trusting the fruits of our work to paper and since 15 years also to the internet. We are in other words as free as a bird and have a distinctive aversion to cages.


The past week we have learned from our colleagues at Roularta and NRC that Apple is starting to create a fuss about the possession of customer details and sales margins. This comes on top of the disadvantages our newspapers are already experiencing due to this stiff and gruff business model: no Flash for websites, apps only work on Apple appliances, purchasing is only possible through the App Store, etc.


It is clear Apple still has to determine course. We hope that they do not intend to claim total control over the value chain and trust the company still possesses sufficient common sense to realise newspaper publishers do not really need them. A web application might be a better option for readers and publishers than what is available today. Moreover, not everyone will buy an iPad.


The mistakes Apple is making today in terms of cooperation with Belgian and Dutch publishers could prove revealing for the future. This is why we would like to explain the rules of the game once more:


- A newspaper publisher is as free as a bird. The more you want to cage him, the more he will want to fly away.


- A publisher runs a commercial business, not a content machine. It is therefore normal that newspaper makers know the identity of their readers. We now know all our subscribers and we want to keep it that way. On top of that, for the digital newspaper we also want to know the readers from the single copy distribution. They are also newspaper customers.


- 30 % is neither a reasonable nor a suitable remuneration for the distributor who only adds a limited value. If Apple wants to take part in the conversation about subscriptions it will have to be at least ten times less that percentage.


- If you want to convince the reader to read newspapers on the iPad it is best to start with the millions of existing readers: refusing access to our dedicated readers is not a clever move. Making the publisher pay for this indicates an overestimation of the own position.


 Let your legal team study European legislation on the subject of competition very closely. You would not be the first to be rapped over the knuckles.


To conclude I would still to add this: the Flemish newspaper publishers love Apple. Our business instinct tells us to keep as far away from a gilded cage but we are still charmed and hope for common sense and a constructive cooperation.


Patrick Lacroix

CEO

Flemish Newspaper Association

Patrick.lacroix@vdpma.be

http://www.linkedin.com/in/patricklacroix

http://twitter.com/PatrickLacroix

http://bureaulacroix.tumblr.com


 

Theme By Idraki and Powered by Tumblr 2010.
Typerwriter and Paper Image Courtesy of Google. Icon Credited to Webdesignerdepot